Wat is een verslaving?

Een verslaving aan middelen is een (in potentie tijdelijke) periode in je leven waarin het verlangen naar alcohol, drugs, suiker of andere middelen jouw keuzes stuurt. Bij een lichte verslaving speelt dat verlangen slechts in specifieke situaties een rol; bij een zwaardere verslaving bepaalt het verlangen steeds vaker hoe je omgaat met dagelijkse momenten, emoties en beslissingen. Niet de grootte van je problemen, niet hoeveel je gebruikt en ook niet hoe afhankelijk je je voelt, zegt iets over of je verslaafd bent. Het is vooral de mate waarin je verlangt naar het middel dat bepaalt óf – en in welke mate – je verslaafd bent.
Er wordt vaak onderscheid gemaakt tussen gedragsverslavingen en middelenverslavingen. Deze blog gaat over verslaving aan middelen, zoals drugs, drank of suiker. Je ontdekt wat een verslaving aan middelen écht is, waarom traditionele definities je vaak niet verder helpen én hoe je verslaving bij jezelf kunt herkennen (zelfs als je maatschappelijk gezien goed functioneert).
Stop jij binnenkort met drugs of drank?
In het kort: wat is een verslaving?
- Een verslaving draait niet om hoeveel of hoe vaak je gebruikt, maar om de mate van verlangen naar een middel.
- Je kunt een verslaving hebben terwijl je leven er van buiten volledig stabiel uitziet.
- Verlangen bepaalt in welke mate drugs, drank, suiker of andere middelen invloed hebben op je keuzes, emoties en gedrag.
- Iedereen die verlangt naar middelen bevindt zich ergens op de schaal van verslaving: van licht verlangen (licht verslaafd) tot zwaar verlangen (zwaar verslaafd), waarbij alleen totaal géén verlangen betekent dat je volledig vrij bent (niet verslaafd).
- Je kunt onvrijheid met betrekking tot een middel o.a. bij jezelf herkennen wanneer je voelt dat er “iets niet klopt”, je regelmatig twijfelt over je gebruik of merkt dat het middel steeds meer ruimte inneemt in je gedachten of routine
Hoe een verslaving begint en zich ontwikkelt
Een verslaving aan middelen wordt vaak gezien als iets groots of dramatisch; alsof je pas verslaafd bent als je leven zichtbaar ontspoort. Maar meestal ontstaat een verslaving veel subtieler. Je begint ooit met nemen omdat je nieuwsgierig bent, omdat het in je omgeving normaal is of omdat je wilt ervaren wat het met je doet. Die eerste positieve ervaring versterkt je verlangen, waardoor het steeds vanzelfsprekender wordt om te nemen.
Langzaam rol je erin: eerst alleen bij gelegenheden, daarna vaker, soms met een reden en soms zonder. Uitzonderingen verdwijnen en het middel wordt onderdeel van je routine, een vorm van gewoontegedrag, zonder dat je bewust kiest voor “meer gebruiken”. Sommige mensen worden zich daarvan bewust en merken dat ze vaker en meer nemen of drinken dan dat ze eigenlijk zouden willen, terwijl anderen zich nog volledig synchroon voelen met hun gebruik en geen innerlijk conflict ervaren. Beide groepen worden gestuurd door verlangen - soms in de vorm van intense drang, alleen de één is zich ervan bewust en de ander niet.
Veel mensen denken dat je verslaafd bent wanneer je leven zichtbaar in de problemen komt. Maar dat is een misvatting. Je kunt ogenschijnlijk alles op orde hebben; een gezin, een goede baan, een sociaal leven en tóch merken dat het van binnen schuurt. Omdat we bij verslaving vaak in extremen denken - die zwerver op straat - herkennen veel mensen hun eigen verslaving pas laat. Dat is zonde, want hoe eerder je weet wat er speelt, hoe eerder je er iets aan kunt veranderen.
Hoe herken je een verslaving bij anderen?
Duidelijke signalen
Soms is een verslaving bij anderen heel duidelijk zichtbaar voor jou als buitenstaander. Je ziet iemand die vaak onder invloed is, grote problemen heeft of niet meer functioneert. Het gedrag wijkt duidelijk af van wat maatschappelijk gezien ‘normaal’ is, waardoor het voor jou als buitenstaander duidelijk is dat er sprake is van verslaving.
Minder zichtbare signalen
In andere gevallen is verslaving minder zichtbaar. Iemand functioneert goed, lijkt gelukkig en doet precies wat er maatschappelijk gezien van hem of haar verwacht wordt. Diegene drinkt of gebruikt net als anderen en hier en daar wat extremer gebruik maar het is niet overduidelijk dat diegene verslaafd is. Er zijn wel wat uiterlijke signalen, maar ze zijn niet zo zwart-wit zoals bij ‘echte verslaafden’ en dus blijft het van buitenaf gissen of iemand wél of niet verslaafd is.
Opgaan in de omgeving
En dan zijn er ook nog ‘verslaafden’ die volledig opgaan in hun omgeving. Het gebruikspatroon valt niemand op, omdat vrienden, collega’s of familie vergelijkbaar gedrag vertonen. In veel sociale groepen val je eerder op als je níet drinkt of gebruikt dan wanneer je het wél doet. Daardoor kan verslaving voor zowel jezelf als voor buitenstaanders lange tijd vrijwel onzichtbaar blijven.
Hoe herken je een verslaving bij jezelf?
Wat je van buitenaf ziet bij anderen (en wat anderen bij jou zien) komt niet altijd overeen met hoe iemand zijn of haar situatie zelf ervaart. Iemand kan er aan de buitenkant zwaar aan toe lijken: zichtbaar onder invloed, met grote problemen of compleet uitgeput. En tóch hoeft die persoon zelf niet het gevoel te hebben dat er sprake is van een verslaving of de urgentie voelen om iets te veranderen.
Tegelijkertijd komt het omgekeerde net zo vaak voor. Iemand kan een stabiel leven leiden, goed functioneren en precies hetzelfde doen als de mensen in de directe omgeving, maar intern voelen dat het gebruik niet meer klopt. Terwijl anderen zeggen dat het “wel meevalt”, kan diegene juist voelen dat er iets is dat zegt: “Dit moet anders, wat anderen ook vinden of doen.”
Een verslaving bij jezelf herkennen begint meestal met het gevoel dat er “iets niet meer klopt”. Dat je niet meer zo onbezonnen geniet van drugs of drank, als dat je vroeger deed. Je stelt jezelf steeds vaker de vraag of dit wel ‘normaal’ is, of je hier gelukkig van wordt en of je dit nog wilt op deze manier. Dat zijn signalen dat er een behoefte ontstaat om bewuster keuzes te maken rondom drugs of drank, in plaats van automatisch te nemen vanuit gewoonte, drang (‘craving’) of drift.
Signalen dat je mogelijk iets aan je gebruik zou willen doen:
- je geniet minder onbezonnen van middelen dan vroeger
- je vraagt je vaker af of je gebruik nog ‘normaal’ is
- je voelt dat drinken of gebruiken niet meer past bij wie je wilt zijn
- je merkt dat je vaker over het middel nadenkt
- je neemt soms automatisch, zonder bewuste keuze
- je merkt misschien dat bepaalde situaties triggers zijn
- je voelt innerlijke ruis of lichte spanning rondom gebruik
- je twijfelt of je dit op deze manier wilt blijven doen
Waarom de traditionele kijk op verslaving je niet verder helpt
Problemen zeggen weinig over verslaving
Traditioneel wordt een verslaving vaak herkend aan de problemen die het veroorzaakt. Maar problemen zijn relatief: wat voor de één een dieptepunt is, is voor de ander acceptabel. Niet iedereen die verslaafd is raakt alles kwijt of belandt in chaos. Je kunt maatschappelijk gezien alles op orde hebben, problemen hebben die (ogenschijnlijk) iedereen heeft en tóch merken dat je gebruik van binnen knaagt. Problemen zeggen dus weinig over of iemand verslaafd is.
Afhankelijkheid wordt vaak verkeerd geïnterpreteerd
Ook ‘afhankelijkheid’ wordt meestal gezien als onderdeel van verslaving: “als je niet zonder kunt, ben je verslaafd”. Maar de meeste mensen (h)erkennen niet dat ze afhankelijk zijn. Ze denken wel zonder te kunnen, maar willen het gewoon niet — of in ieder geval niet consequent. Tijdens een kater willen ze oprecht stoppen; later op de dag willen ze oprecht wél drinken of gebruiken. Beide ervaringen bestaan naast elkaar in een verslaving. Je voelt je niet afhankelijk, je hebt het gevoel dat je controle hebt en daardoor herken je jezelf niet als zijnde ‘afhankelijk’.
Hoeveelheid en frequentie zijn geen maatstaf
Ten slotte wordt vaak gekeken naar hoeveel of hoe vaak iemand drinkt of gebruikt. Maar hoeveelheid zegt niet alles. Sommige mensen zijn al jaren gestopt, maar zijn toch elke dag bezig met het middel — zij zijn dus nog steeds bezig met ‘hun’ middel. Alleen dan met de andere kant van dezelfde munt: hoe ze kunnen voorkomen dat ze terugvallen. Zij zijn emotioneel nog steeds gehecht aan het middel en het niet nemen kost hen veel tijd en energie, ook al is het al jaren uit hun lichaam. En andere mensen nemen of drinken maar ééns per week of per maand, maar verlangen op die momenten wél intens en kunnen hier niet zomaar nee tegen zeggen. Hoeveelheid en frequentie zeggen dus weinig over of je verslaafd bent. De mate van verlangen naar het middel wel.
De invloed van verlangen op hoe je je voelt
Verlangen kan verschillen in sterkte — per persoon, per periode en door de jaren heen. Soms verlang je licht, soms intens, en soms zit je in een fase waarin het bijna afwezig is. Misschien verlang je nu minder sterk dan vroeger, of juist meer. Verlangen is geen vast gegeven; het beweegt met je leven mee.
Door te onderzoeken hoe sterk jij doorgaans verlangt naar drugs, drank of andere middelen, krijg je zicht op hoe vrij je eigenlijk bent — of, anders gezegd, in hoeverre het middel invloed heeft op jouw innerlijke wereld. Dat inzicht is waardevol. Niet om jezelf te veroordelen, maar om te zien of het nog klopt hoe je nu leeft, of dat je misschien vrijer wilt worden van ‘jouw’ middel. De tabel hieronder geeft je een eerste gevoel bij waar jij staat.
Hoe verlangen eruit ziet op een schaal
Hieronder zie je hoe verlangen kan variëren van geen verlangen tot sterke verlangen en de invloed van verlangen op jouw innerlijke wereld en gedrag.
Dit overzicht laat zien dat verslaving minder zwart-wit is dan vaak gedacht wordt. Iedereen die verlangt naar middelen bevindt zich ergens op deze schaal. Alleen wanneer je géén verlangen (meer) hebt naar een middel, kun je met zekerheid zeggen dat je niet verslaafd bent aan dat middel.
Hoe ziet leven zonder verlangen eruit?
Stel je voor dat je naar een etentje gaat, een borrel, een feestje, of gewoon thuis op de bank zit — en dat drugs of drank totaal geen rol meer speelt. Niet omdat je jezelf moet beheersen, maar omdat het simpelweg niet in je opkomt om deze middelen nog te nemen. Er is geen innerlijke strijd, geen twijfel, niets dat aan je trekt.
Je hoeft niet meer vooruit te denken over hoeveel je neemt, wat verstandig is, of hoe je morgen wakker wordt. Je hoeft niets op te lossen, niets onder controle te houden. Je bent er gewoon, volledig aanwezig in het moment.
‘Nee’ zeggen voelt niet als een keuze, maar als iets vanzelfsprekends. Net zoals je geen moeite hoeft te doen om geen sigaar te roken als je daar nooit trek in hebt of geen spruitjes te eten als je die niet lekker vindt. Het is duidelijk: dat doe je niet. Je leven wordt lichter — niet alleen omdat je drugs of drank niet meer neemt, maar omdat je verlangen verdwenen is.
De eerste stap naar vrijheid
Compleet vrij worden van drugs of drank ontstaat wanneer je jouw verlangen naar het middel stopt. Dit ontstaat niet automatisch als je stopt met gebruiken of drinken, maar alleen als het middel van binnen zijn betekenis verliest. Het kan je niet meer verleiden. Je hebt het doorzien en het is klaar.
Om dat punt te bereiken, is stap één: meer inzicht krijgt over jouw verlangen naar drugs of drank. Want als je bijvoorbeeld begrijpt waar jouw verlangen steeds weer vandaan komt, geeft dat aanwijzingen wat je kunt doen om het te stoppen. En het echt compleet uit je systeem te krijgen.
Download mijn gratis e-book en lees hierin de eerste twee hoofdstukken van mijn boek ‘RESET- hoe je jouw verlangen naar drugs, drank of suiker voorgoed stopt’. Ik neem je mee in hoe verlangen ontstaat en hoe het komt dat je blijft nemen en blijft verlangen - ook als je er al veel pijn van hebt gehad.
Veelgestelde vragen over verslaving
Kan ik drugs of alcohol nemen zonder ernaar te verlangen?
Nee, of je je er nu bewust van bent of niet: er gaat altijd verlangen vooraf aan het nemen van middelen. Iets van een lichte kriebel of een gedachte als ‘lekker’ stuurt jouw (onbewuste) keuze om te gebruiken of te drinken.
Deze vraag wordt vaker gesteld dan je misschien denkt. Veel mensen zitten precies in dat “tussenstuk”: soms denk je dat je wilt veranderen, soms vind je het prima zoals het is. Twijfel betekent niet dat je moet stoppen — het betekent dat er iets schuurt dat onderzocht wil worden.
Je kunt heel veilig beginnen met jezelf onderzoeken zonder bang te zijn dat je meteen voorgoed stopt, of dat je verlangen meteen voorgoed verdwijnt.Zo werkt het niet. Vrij worden vraagt een diepere verschuiving in jezelf. Twijfel is simpelweg een eerste signaal dat er misschien iets in beweging wil komen. Start jouw zelfonderzoek hier, lees mijn e-book gratis.
Verlangen is niet constant. Tijdens een kater zit je midden in de pijn die drugs of drank jou heeft gegeven. Je voelt heel duidelijk waarom je dit niet meer wilt — soms zelfs “nooit meer”. Maar zodra die kater wegebt en je je weer wat beter voelt, kun je niet meer bij die pijn.
Die pijn maakt plaats voor zin om je goed te voelen. Niet alleen hersteld, maar over-the-top goed. Dat is precies wat middelen jou kunnen geven: die enorme piek waar je, zeker na een zware dag, naar verlangt.
Rationeel weet je nog wel dat het misschien niet verstandig is, maar je vóelt dat niet op dat moment. De logica van eerder (“ik moet stoppen”) maakt plaats voor een nieuwe logica (“waarom zou ik stoppen?”). Je zit in een compleet andere gevoelsstroom dan eerder die dag — tot je de volgende ochtend opnieuw wakker wordt met een kater.
Nee, niet per se. Dat je volgens deze definitie verslaafd bent, betekent alleen dat er verlangen aanwezig is. Licht of zwaar, beide kan (nog) acceptabel voor je zijn. Het zegt niets over wat je nú moet doen. Het geeft alleen aan dat drugs of drank ruimte in jouw systeem inneemt — niet hoe jij je daar van binnen bij voelt.
Wat belangrijker is, is de vraag: heb jij last van jouw verlangen? Zou je vrijer willen leven dan nu? Als je gebruik en verlangen je nu geen spanning geven, geen innerlijke ruis veroorzaken of als jij vindt dat de voordelen nog opwegen tegen de nadelen, dan hoeft er niets te veranderen.
Maar als je merkt dat het schuurt — dat het middel vaker in je hoofd zit dan je prettig vindt, of dat je soms verlangt naar meer rust of vrijheid of gewoonweg minder diepe dalen en hoge pieken wilt hebben in je leven — dan kan het zinvol zijn om verder te onderzoeken hoe jouw verlangen werkt. Niet omdat het móét, maar omdat het leven lichter kan worden als jij dat wilt. Kortom: jij bent de baas. Het is jouw leven. Jij beslist.
Verlangen kan lichter worden zonder dat het meteen volledig verdwijnt. Maar in de praktijk gebeurt vaak iets anders: zodra verlangen minder wordt, merk je hoeveel rust dat geeft. Dat voelt zó vanzelfsprekend en prettig, dat je nieuwsgierig wordt naar nóg wat meer rust.
Je merkt vanzelf: als dit al zó veel beter voelt… hoe zou het zijn als ik helemaal vrij zou zijn?
Die nieuwsgierigheid zorgt ervoor dat je steeds een stapje verder gaat kijken en keuzes maakt waardoor jouw verlangen nog verder zachter wordt. Niet omdat het moet, maar omdat het oplucht en logisch voelt.
Wees niet bang: verlangen stopt nooit van de één op de andere dag. Het gaat geleidelijk, in kleine verschuivingen, en je groeit daar vanzelf in mee — ook al lijkt dat nu misschien nog een brug te ver. Tegen de tijd dat jouw verlangen helemaal stopt, bén je er ook klaar voor. En mis je niets van je oude leven.









