Wat schaamde ik me voor mijn alcoholgebruik
3 Min.
Persoonlijk

Wat heb ik me geschaamd voor mijn drankgebruik. Niet per se omdat mijn leven volledig in de soep liep. Dat deed het namelijk niet. Ik functioneerde gewoon. Ik werkte, maakte plannen en had hoge ambities voor mijn leven.
En juist dat maakte het zo verwarrend.
Want ik wilde niet aan mezelf toegeven dat ik mijn drankgebruik blijkbaar niet helemaal onder controle had.
Want ergens voelde dat ook weer niet helemaal waar.
Ik koos er toch zelf voor om te drinken? Niemand dwong me. Het ene moment wilde ik oprecht niet drinken en een paar uur later wilde ik het óók oprecht wel.
Hoe kon dat allebei waar zijn?
Ik begreep mijn eigen gedrag niet
Dat vond ik misschien nog wel het moeilijkste. Als ik gewoon had kunnen zeggen: ik wil drinken, was het duidelijk geweest. En als ik gewoon had kunnen zeggen: ik wil niet drinken, ook.
Maar ik wilde allebei.
's Ochtends kon ik absoluut zeker weten dat ik die avond niet wilde drinken. En tegen het einde van de dag kon ik mezelf net zo overtuigend uitleggen waarom ik het wél wilde. Om vervolgens de volgende ochtend weer te denken: waarom heb ik dit nou weer gedaan?
Ik begreep mezelf niet.
En juist daardoor wilde ik niet dat anderen zich ermee bemoeiden. Ik wilde niet dat iemand tegen me zou zeggen dat ik een probleem had. Ik wilde niet dat iemand me ging vertellen wat ik wel en niet mocht doen. En ik wilde al helemaal niet dat iemand zich zorgen om me ging maken. Of zielig vond.
Dus hield ik het vooral bij mezelf.
Had ik eigenlijk wel een probleem?
Ook op de vraag wat nou eigenlijk het probleem was, had ik niet écht een goed antwoord. Zoveel mensen om mij heen dronken. Waarom zou mijn drankgebruik dan ineens een probleem zijn? Ik functioneerde toch? Ik lag toch niet in de goot?
En toch baalde ik regelmatig van hoe ik leefde.
Van brakke ochtenden. Van dagen waarop ik weinig uitvoerde. Van mezelf voornemen dat ik "vanavond écht niet zou drinken" en het vervolgens toch doen.
Ik kon eindeloos nadenken over de vraag of dat betekende dat ik een probleem had. Tot ik me uiteindelijk aan een veel simpelere waarheid begon vast te houden:
Ik wilde stoppen.
Misschien had ik een probleem. Misschien niet. Misschien was ik verslaafd. Misschien niet. Maar waarom moest ik dat eigenlijk eerst bepalen? Ik wilde iets niet meer doen wat ik wel steeds deed. Dat was op zichzelf al genoeg reden om het serieus te nemen.
Daar hoefde ik me eigenlijk helemaal niet voor te schamen
Het besef dat ik me niet hoefde te schamen voor de ambitie om te willen stoppen gaf me houvast. Want wat was er nou eigenlijk zo beschamend aan dat ik wilde stoppen met iets waarvan ik merkte dat het me niet goed deed?
Lang had ik het idee dat mijn drankgebruik iets over mij zei.
Dat ik blijkbaar niet sterk genoeg was. Niet genoeg discipline had. Dat er iets niet klopte aan mij. Iets mis was met me.
Nu kijk ik daar heel anders naar. Alcohol deed namelijk gewoon nog iets voor me. Het hielp me ontspannen. Verdoven. Het maakte mijn hoofd stiller. Het veranderde hoe ik me voelde.
Begrijpen versus veroordelen
Toen ik dat begon te begrijpen, werd mijn gedrag ineens een stuk minder onbegrijpelijk. Ik hoefde mezelf niet meer te veroordelen. Ik ging steeds dieper begrijpen waarom ik steeds opnieuw iets koos wat ik eigenlijk niet meer wilde. Ik wilde niet meer drinken, maar sommige effecten van drank wilde ik nog wél.
En daar zat voor mij uiteindelijk veel meer verandering in dan in mezelf vertellen dat ik me beter moest beheersen. Ik schaam me inmiddels niet meer voor de periode waarin ik dronk. Veel dronk. En grenzen overging.
Ook niet voor het feit dat het me lange tijd niet lukte om te stoppen.
Het is te verklaren. Logisch. Er was nooit wat mis met mij. Maar wel met de manier waarop ik steeds opnieuw probeerde te stoppen: mezelf op de kop geven, hard zijn, regels opstellen en me hieraan proberen te houden, de regels verbreken, mezelf weer op de kop geven, etcetera.
Dit werkt niet.
Wat wel? Ontdek het in mijn gratis webinar: "Stoppen zonder missen". Je kunt je hier aanmelden.

.jpg)
.jpg)
