Hoe normaal is alcohol eigenlijk?
3 min.
Persoonlijk

Toen ik voor mijn studie naar verschillende niet-westerse landen reisde, keek ik mijn ogen uit. Ik dronk in die tijd bijna iedere dag en merkte voor het eerst dat het helemaal niet overal zo makkelijk was om aan alcohol te komen als in Nederland.
Zeker niet als vrouw.
Ik ben in donkere keldertjes en illegale barretjes geweest om drank te kopen. Deels omdat ik wilde drinken en eerlijk gezegd deels omdat ik de hele situatie ook wel spannend vond. Avontuur!
Wat me vooral is bijgebleven, is hoe anders er met alcohol werd omgegaan in de verschillende landen.
Wat voor mij doodnormaal was, was daar helemaal niet zo normaal. En moest een soort van verborgen gehouden worden.
Alcohol was een beetje voor de randfiguren.
Ik was opgegroeid met alcohol als vanzelfsprekendheid
In Nederland had ik daar nooit zo over nagedacht. Alcohol was er gewoon. Op feestjes. Tijdens het uitgaan. Op vakantie. Bij etentjes. In de supermarkt. Op het terras. Als er iets te vieren was en als je een rotdag had gehad.
Ik had alcohol leren kennen als iets wat bij het leven hoorde.
Pas toen ik langere tijd in andere culturen verbleef, zag ik hoe cultureel bepaald dat eigenlijk was. Niet iedereen groeit op met hetzelfde middel, dezelfde gewoontes en dezelfde manieren om met spanning, verveling, verdriet of gezelligheid om te gaan.
En dat vond ik fascinerend.
Wat als alcohol er niet (altijd) was geweest?
Als ik in een andere cultuur was opgegroeid, was alcohol misschien helemaal niet zo'n vanzelfsprekend onderdeel van mijn leven geworden. Dat betekent natuurlijk niet dat ik dan automatisch nergens anders naar had gegrepen. Dat weet ik niet. Maar ik begon wel te zien dat mijn relatie met alcohol niet écht iets over mij persoonlijk zei. Maar ook echt iets over de omgeving waarin ik was opgegroeid.
Ik had jarenlang om me heen gezien hoe normaal het was om te drinken. Als je uitging, dronk je.
Als het weekend was, dronk je. Als je iets te vieren had, dronk je. Als je wilde ontspannen, dronk je. Als je met vriendinnen afsprak, dronk je.
Het leek zo logisch. Totdat ik dus in een omgeving terechtkwam waar precies hetzelfde gedrag ineens helemaal niet logisch was. En waar zelfs een beetje op neer werd gekeken (in plaats van aangemoedigd).
Dat zette iets bij mij aan het denken. Het had echt impact op mijn kijk op alcohol.
Wat is eigenlijk ‘normaal’ aan drinken?
Want ook toen ik later begon te twijfelen aan mijn eigen drankgebruik, keek ik voortdurend naar andere mensen.
Zij drinken toch ook?
Zij drinken misschien nog wel meer dan ik.
Iedereen drinkt toch in het weekend?
Dat stelde me gerust.
Maar achteraf is dat eigenlijk best bijzonder. Ik probeerde te bepalen of mijn drankgebruik voor míj nog prettig was door te kijken naar wat de mensen om mij heen normaal vonden. Terwijl ik tijdens mijn reizen al had gezien hoe betrekkelijk dat normaal eigenlijk was.
In het ene land kun je op bijna iedere straathoek alcohol kopen en kijkt niemand ervan op als je op een terras een glas wijn bestelt. Ergens anders moet je ervoor een donker keldertje in. De omgeving verandert. De norm verandert mee.
Normaal of niet maakt misschien niet veel uit
Daarom vind ik het inmiddels ook minder interessant of mijn drankgebruik destijds ‘normaal’ was. Volgens welke norm? Die van mijn vrienden? Nederland? De landen waar ik reisde? De gemiddelde drinker?
Ik weet alleen dat alcohol voor mij steeds meer begon te kosten en dat ik uiteindelijk niet meer wilde drinken.
Dat was eigenlijk genoeg om mijn ambitie om te stoppen serieus te gaan nemen.
Ik hoefde niet eerst te bepalen of ik meer of minder dronk dan anderen. En ik hoefde ook niet te weten of mijn drankgebruik abnormaal was. Of dat ik verslaafd was. Misschien is dit wat mijn reizen me hebben opgeleverd: meer kijken naar wat ík voor mezelf wil. Niet naar wat als normaal, goed of slecht wordt gezien.

.jpg)

