Hoe bewust was mijn ‘bewuste’ drinken eigenlijk?
3 Min.
Persoonlijk

In mijn zoektocht naar een betere relatie met alcohol heb ik van alles geprobeerd. Regels maken over wanneer ik wel en niet mocht drinken. Die regels vervolgens weer loslaten omdat ik dacht dat juist die regels het probleem waren.
Minder drinken.
Alleen in het weekend drinken.
En op een gegeven moment: bewust drinken.
Dat klonk eigenlijk heel goed. Niet gedachteloos een glas inschenken en opdrinken, maar echt aanwezig zijn. Proeven. Voelen wat er in mijn lichaam gebeurde. Me bewust zijn van iedere slok. Ik vertelde mezelf dat ik bewust koos om te drinken. En ergens voelde dat ook heel volwassen.
"Ik mag alcohol drinken. Ik kies hier zelf voor. En ik geniet er bewust van."
Alleen zat daar één klein probleempje. De beslissing om te drinken had ik daarvoor allang al genomen.
De uitkomst stond al vast
Als ik eerlijk was, onderzocht ik alcohol helemaal niet zo open. Ik ging niet zitten met een glas en de oprechte vraag: "wil ik dit eigenlijk?"
Ik had al besloten dat alcohol lekker was.
Ik had al besloten dat ik mijn glas zou opdrinken.
En meestal wist ik ook wel dat het waarschijnlijk niet bij één glas zou blijven.
Ik onderzocht dus vooral wat er gebeurde terwijl ik iets deed waarvan de uitkomst al vaststond.
Achteraf vind ik dat interessant. Want ik was ervan overtuigd dat ik heel bewust bezig was, terwijl ik tegelijkertijd een heleboel signalen buiten beschouwing liet.
Hoe ik me de volgende ochtend voelde bijvoorbeeld.
Dat ik regelmatig meer dronk dan ik van tevoren van plan was.
Dat ik mezelf steeds opnieuw regels oplegde.
En vooral: dat ik überhaupt zoveel met mijn alcoholgebruik bezig was.
Ik wilde vooral graag geloven dat ik zelf koos
Het gevoel dat je bewust kiest en jezelf dus een soort van onder controle hebt, dat was denk ik het aantrekkelijke van ‘bewust drinken’. Ik dronk dan niet omdat ik alcohol nodig had. Nee hoor, ik koos ervoor. Ik zou het net zo goed niet kunnen doen. Het zou dan "om het even" zijn.
En natuurlijk koos ik er letterlijk zelf voor. Niemand pakte mijn arm om het glas naar mijn mond te brengen. Niemand stond met een revolver klaar om op me te schieten als ik niet zou drinken.
Maar inmiddels vind ik de term kiezen een stuk ingewikkelder.
Want hoe vrij is een keuze als je vooraf eigenlijk al weet wat je gaat doen? Hoe vrij was mijn keuze om 's avonds wijn te drinken als ik overdag al bezig was met wanneer ik eindelijk mocht? En hoe bewust was ik werkelijk bezig als ik de nadelen eigenlijk niet écht onder ogen kwam, maar vooral de voordelen.
En vooral ook: hoe bewust kies je voor iets als je eigenlijk bang bent voor wat er gebeurt als je het niet doet...
Angst als drijfveer
Want onder mijn behoefte aan alcohol zat verrassend vaak angst. Niet de grote, duidelijke angst waarbij je hart tekeergaat en je denkt: ik ben bang.
Veel subtieler.
Ik was bang dat een avond zonder alcohol saai zou zijn. Dat ik niet genoeg zou kunnen ontspannen. Dat ik onrustig zou blijven. Dat ik ongemak, verveling of leegte zou voelen. Dat ik te veel zou nadenken. En niet goed genoeg zou herstellen of uitrusten voor de volgende dag.
Soms was ik ook bang voor oude pijnpunten.
Herinneringen.
Pijn uit het verleden.
En soms - in sociale aangelegenheden - was ik simpelweg bang dat ik iets zou missen. Dat iedereen een leuke avond zou hebben en ik daar met mijn spa rood een beetje buiten zou vallen. Saai gevonden werd. Er verloren bij zou staan.
Alcohol voorkwam dat allemaal. Of beter gezegd: ik dacht dat alcohol dat allemaal voorkwam.
Alcohol als beschermheer
Toen ik me realiseerde dat ik vaak niet per se bewust koos om te drinken, maar vooral onbewust koos om niet de consequenties te krijgen van niet-drinken, veranderde er iets. Want ineens ging het niet meer zozeer over alcohol.
Het ging over alles waarvan ik dacht dat alcohol me ervoor beschermde.
Ik moest gaan ontdekken of een avond zonder alcohol inderdaad minder leuk was. Of ik werkelijk niet kon ontspannen zonder. Of ik buiten de groep zou vallen. Of mensen me saai zouden vinden. Of ik al die onrust in mijn hoofd wel aankon als ik die niet met een paar glazen dempte.
En het vervelende was: sommige van die dingen bleken soms gewoon waar. Sommige avonden wáren zonder alcohol minder leuk. Soms voelde ik me ongemakkelijk. Soms merkte ik dat ik ergens eigenlijk helemaal geen zin in had. Soms wilde ik eerder naar huis. Maar dit onder ogen komen heeft me juist uiteindelijk veel gebracht.
De realiteit zien zoals deze is
Want alcohol had niet alleen allerlei ongemakkelijke gevoelens voor me gedempt. Het had me ook geholpen om situaties vol te houden die ik zonder alcohol eigenlijk helemaal niet zo leuk vond. Die eigenlijk misschien helemaal niet zo gezellig, diepgaand of avontuurlijk waren als ik dacht.
Zolang ik dronk, hoefde ik daar niet zoveel mee. En kon ik meedoen in wat er leek te zijn.
Toen ik stopte wel.
Ik moest niet alleen leren leven zonder alcohol. Ik moest veel eerlijker gaan kijken naar wat ik voelde, wat ik wilde en waar ik eigenlijk behoefte aan had. En achteraf denk ik dat dáár voor mij het verschil zat.
Bewust drinken betekende dat ik heel aandachtig keek naar wat er gebeurde terwijl ik mijn glas wijn dronk. Echt bewust worden betekende voor mij dat ik ook durfde te kijken naar wat er gebeurde als ik dat glas níét nam.



.jpg)